De eskimo ten dode opgeschreven?

Geschreven door eetweetjes (Tineke)

11-11-2014   | |   Dieet en leefstijl , Keukentafel



2012-4343

Regelmatig, nee vaak! komt de discussie “wel of geen vlees” aan de orde in Gezondheidsland. Er zijn fervente tegenstanders, en er zijn mensen die juist vóór het eten van dierlijke producten zijn. De gemoederen in deze discussies laaien vaak hoog op, waarbij beide partijen zich star opstellen en niet geneigd zijn opvattingen van de andere partij in overweging te nemen.

Enkele van de punten die regelmatig aangehaald worden zijn:

* Het is zielig voor het dier.
* De mens kan uitstekend op planten overleven.
* De menselijke darmen zijn niet geschikt voor het verteren van vlees.
* De mens is omnivoor.
* Mensen zijn van oorsprong jager-verzamelaars en eten zowel dierlijk als plantaardig voedsel.
* De darmen van mensen zijn korter dan die van herbivoren.

Dat het niet zwart-wit gezien moet worden probeer ik hieronder uit te leggen.

Als we kijken naar het voedselpatroon van de primitieve mens dan zien we in het algemeen dat in de tropische zones de mens vanouds zijn voedsel meer uit planten haalde; in de poolgebieden daarentegen werd voornamelijk dierlijk voedsel gegeten.
Hierbij moet opgemerkt worden dat ongeacht in welk klimaat de mens leefde, dierlijk voedsel altijd in meer of mindere mate deel uitmaakte van het dieet evenals het geval is met plantaardig voedsel.
(Dat mensen ook op uitsluitend planten kunnen leven laten de veganisten onder ons zien. Zij vermijden alle dierlijke producten. Voor voldoende en zeker voor een volwaardig eiwit moet er wel wat moeite worden gedaan; door juiste combinaties van voedingsmiddelen is dat wel op te vangen. Je kan je afvragen of alle vitamines en mineralen aanwezig zijn). *)

In tropische gebieden groeit een overdaad aan planten en vruchten die de mens tot voedsel kunnen dienen. Het is dan ook logisch om deze bronnen te benutten.
Hele indianenstammen in Zuid-Amerika verzamelden en overleefden op wat het regenwoud hun kon verschaffen, voornamelijk plantaardig voedsel met (seizoensgebonden) aanvullingen van eieren, vis, insecten en een enkel ander dier.
In de tropische zones van Afrika zijn er nog volken die als jager-verzamelaar leven. Zij eten wat de omgeving te bieden heeft: zowel planten als dieren.

Maar als je op een hoge noordelijke breedte woont, in het arctische gebied met zijn toendraklimaat, waar de winters lang en koud zijn en de zomers kort en koel? Waar het land niet geschikt en het groeiseizoen tekort om voedselgewassen te laten gedijen? De toendra’s in het noorden van Rusland, Siberië en Canada zijn een bomenloze moerassige vlakte met talloze meren, vanwege de door de permafrost veroorzaakte slechte afwatering. Hier groeien slechts grassen, mossen en dwergstruiken.
Dat een dierlijk dieet ook overlevingskansen op lange termijn biedt laat de Eskimo, of beter gezegd de Inuit-bevolking zien die op deze hoge breedtegraad leeft van de jacht, visvangst en door vallen te zetten, en daarnaast in het korte zomerseizoen bessen, grassen en scheuten, schorsen en mossen vergaart. Een dieet dat rijk is aan eiwitten en arm aan koolhydraten.

En hoe zit het nou op de gematigde breedten? Zoals in ons klimaat waar ‘s zomers voldoende voedselplanten groeien maar die tijdens hun rustperiode in de winter niet of nauwelijks beschikbaar zijn. Voordat koelkast en diepvriezer hun intrede deden zorgde de koudeperiode van de winter ervoor dat (met name dierlijk) voedsel langer bewaard kon worden. November wordt niet voor niets ook wel Slachtmaand genoemd. Door de globale opwarming komen de temperaturen echter lang niet altijd meer onder het vriespunt.
Het voedselpatroon op deze breedtegraad is afhankelijk van het heersende klimaat en landschap waardoor diverse voedingspatronen voorkomen.
Enkele voorbeelden:
– In Westeuropa heerst een zeeklimaat, met milde winters en koele zomers. Vanaf het voorjaar tot de herfst zijn er voldoende eetbare planten beschikbaar, waarvan een deel geconserveerd (bv. gedroogd, gerookt) en zodoende bewaard werd. Vanwege de aanwezigheid van water (meren, rivieren, een lange kustlijn) maakt ook vis deel uit van het traditionele voedingspatroon. Waar en wanneer mogelijk werd  het dieet verder aangevuld met ander dierlijk voedsel.
– In het door Europese boeren gekoloniseerde Noordamerika ging men ook van dit voedingspatroon uit. Een boerderij opzetten, leven van wat het land opbracht en rekening houden met de seizoenen. Een groot deel van Noordamerika en Canada heeft een landklimaat met strenge winters, waarmee de natuur voor een natuurlijke diepvriezer zorgt.
– Een ander verhaal is het op de Siberische en Mongoolse steppen. Globaal ligt dit gebied op dezelfde breedtegraad als Westeuropa, maar het klimaat en landschap is niet vergelijkbaar. Hier leefden vanaf vroege tijden (en nu nog) nomadische volken met hun vee, mede omdat het land niet geschikt is voor (grootschalige) landbouw vanwege falende irrigatiesystemen. De bevolking leeft van het vlees en de melk van hun dieren. Het gebruik van plantaardig voedsel is beperkt.

Hoe komen we tot een verantwoorde keuze?
Hierbij spelen een aantal factoren een rol.
Ten eerste vanuit het oogpunt van biologie en antropologie zien we dat bij de keuze van je voedsel het klimaat en zone waar je verblijft nuttige aanwijzingen zijn. Vanaf primitieve tijden was het noodzakelijk om het voedselpatroon aan te passen aan de beschikbare bronnen, zowel plantaardig als dierlijk. Ook tegenwoordig mogen we dit niet afdoen als onbelangrijk.
Ten tweede echter hebben we ook te maken met het ethische aspect als we kijken naar de grootschaligheid van de huidige voedselproductie. De techniek gaat steeds verder, maar de kwaliteit gaat mogelijk ten koste van de kwantiteit, voor zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Denk maar aan de monoculturen, glazen steden en megastallen.
Om nog maar niet te spreken van compassie voor de levende wezens die ons tot voedsel dienen en daarvoor hun leven onder erbarmelijke omstandigheden leiden – of is het lijden?
De verhouding kwaliteit/budget sluit hierop aan. Hoe natuurlijker het voedsel is hoe hoger vaak de prijs.
Punt drie, en zeker niet de minste, is overdaad. De meesten van ons zijn het heel gewoon om iedere dag tijdens de maaltijden flinke porties weg te werken: Brood, vlees, groente, fruit, zuivel. ‘s Avonds nootjes snacken is ons ook niet vreemd. En dan spreken we nog niet eens over alle bewerkte voeding die ook deel uitmaakt van ons “westerse dieet”. Het is goed om het oude spreekwoord in gedachten te houden: “Overdaad schaadt”.

Met al deze punten zullen we rekening moeten houden om tot een verantwoorde keuze te komen. In onze huidige westerse situatie voorwaar geen eenvoudige opgave meer. Maar dat de situatie niet afgebakend zwart-wit is mag duidelijk zijn.

Bronnen:
What hunter-gatherers eat
De primitieve mens en zijn voedsel
Wikipedia: ToendraInuit dietMongolian cuisine
Voedingswaardetabel

Gerelateerde artikelen: De weg terug naar paleoPaleo-dieetBloedgroepdieetBiologisch in de modeVerse groenteGroente- en fruitkalender

*) update 13 november 2014: Vitamine B12 is onmisbaar voor het goed functioneren van het lichaam. Dit vitamine komt alleen voor in dierlijke producten. (bron: Voedingscentrum)