Farmer Boy

Geschreven door eetweetjes (Tineke)

20-11-2014   | |   Boekenplank



2014-2125-hoeve

Dit is niet echt een boek waarvan je zou denken dat het over eten gaat. Integendeel zelfs, het hoort thuis bij de klassieke kinderboeken. De schrijfster vertelt over de jeugd van haar man Almanzo Wilder in het oosten van Amerika, halverwege de 19e eeuw op een welvarende boerenhoeve.

Voedsel speelde in het leven van de boeren een belangrijke rol.
Dit deel uit de serie wijkt af van de andere delen en niet alleen omdat de schrijfster nu niet de hoofdpersoon is, maar vooral ook vanwege de overvloed aan voedsel die haar man in zijn jeugd kende.
De prachtige zachte houtskooltekeningen van Garth Williams maken dat je je nog beter kunt verplaatsen in de boer van de 19e eeuw.

Almanzo groeide op op een goedlopende en welvarende boerderij. Waar gefokt werd met paarden. Waar paarden gebruikt werden als werkkracht. Waar runderen, varkens, schapen en kippen in stal of weide stonden of op het erf liepen. Hiervan hadden ze vlees, zuivel en eieren, wol voor kleding, leer voor schoeisel en talk voor kaarsverlichting. De rivier die door de landerijen stroomde leverde vis, maar in de winter ook ijs, wat op vernuftige wijze tot in de zomer werd opgeslagen zodat ze hiermee roomijs en koude dranken konden maken.
Er waren akkers voor tarwe, haver, mais, grove erwten en bonen, aardappelen, wortelen, pompoenen. Er was een flinke moestuin, en een appelboomgaard. Ze hadden een stuk bos met suikeresdoorns, beukebomen, en gerief- en timmerhout. In het wild werden aardbeien en allerlei bessen verzameld.

Bijna ieder hoofdstuk van dit boek gaat over voedsel: Het vele werk dat nodig is om al dat voedsel te produceren en te vergaren, rekening houden met het weer en reageren op calamiteiten zoals een late nachtvorst. Maar ook het bereiden, opdienen en opeten. De ene overvloedige maaltijd volgt op de andere.
Het zondagse ontbijt bijvoorbeeld bestond in de winter uit haverpap, worstkoekjes, appeltaart, en stapelflensjes met boter en esdoornsuiker. Nadat de familie van de kerk terugkwam gingen ze aan tafel voor een middagmaal van warm rogge-maisbrood, kippenpastei, bonenschotel met speklappen en bietjes uit het zuur. Het kon niet op.
In de etensemmer die doordeweeks meegenomen werd naar school zat brood met boter, worstjes, oliebollen, appels en appelflappen.
Ook de avondmaaltijden waren overvloedig: Bonen met spek uit de oven, warme ham, kruimig gekookte aardappelen met bruine jus, brood met boter, puree van rapen, pompoenmoes. En dan stonden er nog allerlei bijgerechten op tafel zoals kaas, zult, jam, gelei, vruchten op sap, zoetzuur en taart.
Ook was er ruimte voor tussendoortjes als oliebollen, appels of koekjes. En dan pakte Almanzo uit de voorraadschuur ook nog wel eens een wortel om op te knabbelen.
‘s Zomers waren er de typische warm-weer lekkernijen, zoals ijskoude eiermelk, limonade en roomijs. Maar ook gebakken verse forel, en ijskoude watermeloen.

Het voorjaar was op de boerderij een drukke tijd, er moest geploegd en gezaaid worden, en daarna moesten akkers en tuin gewied worden.
In de zomer en herfst was iedereen druk bezig met oogsten, en het verwerken en opslaan van die oogst. Het graan werd gemaaid en op schoven gezet. Haverstro werd in de week gezet zodat het kon worden gevlochten en er zomerhoeden van konden worden gemaakt. Mais en appels werden gedroogd. Van de klokhuizen van appels werd azijn gemaakt. Niets werd er verspild. Jam en gelei werden gekookt en vruchten op sap ingemaakt. Er werden groenten op azijn ingelegd, en ook de schillen van de watermeloenen gingen op azijn. Zoetjesaan kwamen de kelders en voorraadschuren weer vol met voedsel.

Na al het werk was het tijd voor ontspanning op de landbouwtentoonstelling die in de herfst werd gehouden. Hier toonden de boeren hun mooiste oogstproducten en hun beste dieren. Een prachtig gezicht voor Almanzo die niets liever wilde dan later zelf een onafhankelijke boer zijn.
De tentoonstellling zou niet compleet zijn zonder een maaltijd, en Almanzo genoot van ham en kip en kalkoen met cranberriegelei. Hij at aardappelen met jus, mais met bonen, gebakken bonen en uien, en brood, zoetzuur en jam. En taart. De taarten waren zo lekker dat hij eigenlijk wilde dat hij daar meteen mee was begonnen. Hij nam pompoentaart en custardtaart en ook nog mincemeattaart, maar het was teveel, hij kreeg het niet op. De zure taart, bessentaart, roomtaart en rozijnentaart moest hij helaas laten staan.

Het weer veranderde, de vorst kondigde zich aan en daarmee de slachttijd. Dit was een drukke tijd, het vette varkensvlees werd ingezouten, de hammen gepekeld. Spareribs, orgaanvlees, gehakt en de grote stukken rundvlees werden bevroren in het koude weer. Het vet werd uitgesmolten, zult werd gemaakt, mincemeat ingemaakt, en worstvlees gedraaid.

Kerstmis kwam eraan, met natuurlijk de kerstmaaltijd! De dag van te voren begon moeder al met bakken: Brood, pompoentaarten, geglazuurde taarten en koekjes, en pasteitjes. Ook de cranberriegelei om bij de gans te serveren werd van te voren gemaakt. ‘s Avonds werden de gans en het biggetje in de oven geschoven zodat ze langzaam gebraden werden.
Toen ze met alle visite aan tafel zaten en wachtten tot hun bord werd gevuld kon Almanzo zijn ogen niet afhouden van het eten dat op tafel stond: het knapperig gebraden biggetje met de appel in zijn bek, de gebraden gans waar de vulling uitpuilde, de schaal met cranberrygelei, de berg luchtige aardappelpuree waar de gesmolten boter van afdroop, de toren van knolraappuree en de gebakken pastinaken. Zij blik werd onweerstaanbaar getrokken naar de gebakken appels en uien, de geglaceerde wortels, de punten pompoentaart en roomtaart, en de mincemeatpasteitjes.
Eindelijk was ook het bord van Almanzo volgeschept en kon hij gaan eten. En wat had hij een onwaarschijnlijk grote eetlust!

Ook op de plank staan deze delen: Little House in the Big Woods, Little House on the Prairie, On the Banks of Plum CreekBy the shores of Silver Lake, The Long Winter, Little Town on the Prairie, These Happy Golden Years, The First Four Years


Farmer Boy
door Laura Ingalls Wilder
Deel 3 uit de Little House serie
Engelstalig (in het nederlands verschenen als “De Grote Hoeve”)
Tekst ©1933 Laura Ingalls Wilder, © vernieuwd 1961 Roger Lee MacBride
Illustraties © 1953 Garth Williams
13e druk (1970) van de gereviseerde versie uit 1953
Harper & Row publishers, Inc.
First Harper Trophy book, 1971
Paperback, 372 pagina’s
ISBN 0-06-440003-4
Serie gekocht september 1979, Calgary-Canada , dit deel Can $ 2,10