Moestuin nostalgie

Geschreven door eetweetjes (Tineke)

05-08-2013   | |   Herkomst , Plantaardig



Moestuin op een volkstuincomplex

Weet er iemand nog wanneer de bramen geoogst worden? ‘t Zal wel ergens in de zomer zijn, want dan liggen ze ook in de winkel. Maar ja, je weet maar nooit of ze ingevlogen zijn uit een warmer land. Staat meestal wel op de verpakking, want plastic zit er ook altijd omheen. Jammer, we staan zo ver van ons voedsel af.

En we komen al verder van onze oorsprong te staan.
Met die bramen lukt het nog wel misschien, omdat in dezelfde tijd ook de dauwbramen rijp zijn, die groeien in de duinen en dat is immers van oudsher de vrucht die in het wild wordt verzameld.
Maar bij aardbeien wordt het al wat moeilijker, want die zijn in de supermarkt bijna het hele jaar verkrijgbaar. En wie weet welke groenten de eerste zijn van het nieuwe seizoen? Spinazie, postelein, raapsteeltjes zijn echte voorjaarsprimeurs, terwijl de stevigere groenten zoals rapen, wortelen of kool weer bij uitstek wintergewassen zijn.

De ouderen onder ons weten dit allemaal nog wel, en voor de volkstuinder met zijn of haar moestuin is dit ook basiskennis.
Mijn ouders waren ook moestuiniers. Ik kan me heel vaag herinneren dat ik in de zomer waarin ik twee werd aan het wieden werd gezet in het wortelenbed. Ik had nog het natuurlijk onderscheidingsvermogen, en mijn kleine vingertjes konden zo goed de mini-grasjes tussen de pietepeuterige wortelplantjes weghalen.

Die vroegste moestuin werd na één, hooguit twee jaar opgedoekt en er werden geiten op dat landje neergezet.
Later toen ons gezin groter werd is opnieuw een moestuin opgezet.
En het is het beeld van die moestuin dat in mijn geheugen is gegrift. Als ik nu dan ook een groentetuin zie met stokken voor de bonen en bramenhagen en bessenstruiken aan de rand, dan ben ik terug in mijn jeugd. Het zijn zoete herinneringen!
In ons opgroeiende gezin met vijf kinderen ging er flink wat groente doorheen en het inkomen was niet al te ruim.  Om de lasten te verlichten gingen mijn ouders zelf groente kweken.

Op ons erf, achter oma’s perenboomgaard, werd daarvoor een flink stuk grond omgespit, twee steken diep. Het was slappe veengrond, dus dat moest vruchtbaar gemaakt worden; daarvoor bracht een veehouder uit de buurt een wagen oude stalmest; de kluiten grond werden fijngemaakt, de mest erdoor gewerkt. Koude bakken werden getimmerd en in de carbolineum gezet om ze weerbestendig te maken. Groentezaden werden gekocht, we waren er klaar voor.

Andijvie en sla werden voorgezaaid, de kleine plantjes werden in de koude bak uitgezet.
Twee dagen later waren ze verbrand, de carbolineum was te vers, te scherp; ach ja, een beginnersfout.

Maar met vallen en opstaan leerden mijn ouders om echt lekkere groente te kweken. Spinazie, van de eerste snee natuurlijk, dat is de lekkerste. Snijbiet, wie kent dat nog tegenwoordig. Een krop sla, vlak voor het eten even uit de tuin gehaald. En vanaf nu kwamen ook de luxere groentensoorten bij ons op tafel: Tuinbonen, natúúrlijk hadden we die ook, jong oogsten voor een vroege delicatesse.

En wat dacht je van peultjes, of verse doperwtjes. Moet je niet de rijtjes bij het zaaien door elkaar halen, want dan zijn de peultjes te stug en de doperwtjes te taai; zoals ik al zei, pa en ma leerden met vallen en opstaan.

Wij zagen hoe ons eten groeide, want we werden erbij betrokken, er moest gewied worden. Ik herinner me daar niet zo heel veel van, er zal geen dwang achter hebben gezeten. Al het werk op de tuin werd door onze ouders met plezier gedaan; mijn vader was in zijn nopjes als hij kon zaaien en uitplanten, mijn moeders favoriete bezigheid was oogsten. En die oogst moest ook verwerkt worden; gelukkig hadden we toen al een vriezer, maar voor de gein is er ook wel eens geweckt, er was per slot nog de oude weckketel van vroeger.
We hadden ook fruit in de tuin, of eigenlijk om de tuin: Aan één kant groeide een bramenhaag, de gewone ouderwetse soort met takken vol stekels die een rijke oogst aan zwarte zoete bramen gaf. Aan een andere kant stond een rij bessenstruiken. En om de tuin heen hadden we nog de perenboomgaard. Kiloos vruchten werden geoogst. Lekker om zo te eten, maar nog lekkerder om te verwerken; op onze vliering stond een hele verzameling inmaak: Sap, gelei, jam, met die heerlijke smaak zoals je niet in de winkel vindt!

Vanuit de povere financiële situatie hadden we het rijker dan waar menigeen van kon dromen!
Niet alleen wat onze groente betrof, maar we leerden er ook van. Hoe groeit het, hoe verwerk je het, en wat voor gerechten maak je ermee. Kennis met een gouden randje.
En daar pluk ik nu letterlijk de vruchten van, want sinds dit jaar is mijn cottage-achtige bloementuintje veranderd in… juist! een moestuin :)

2013-1423

Mijn moestuintje