Perendrups

Geschreven door eetweetjes (Tineke)

16-08-2013   | |   Dieet en leefstijl , Keukentafel



Het begon met een streptokokken-infectie. Hoe ik daaraan gekomen ben, vraag het me niet. Hoe ik er vanaf gekomen ben weet ik wel, en de manier waarop zit me nog steeds niet lekker. Maar dat is niet het verhaal nu. De insteek naar dit verhaal is nl. het ziekenhuislaboratorium waar ik ontelbare keren ben geweest om iedere keer weer zoveel buisjes bloed af te staan voor onderzoek. Voor mij als veertienjarige een nieuwe wereld, waar de geheimen van het bloed ontrafeld werden. Mijn ambitie om stewardess te worden werd op dat moment opgegeven; werken op een laboratorium: Dat wilde ik later ook doen! Dus koos ik biologie, wis-, natuur- en scheikunde als examenvakken zodat ik daarna voor analiste verder kon gaan. Het heeft niet zo mogen zijn; dankzij het advies van de decaan ben ik bij een te hoge opleiding ingestapt en al snel deed mijn schoolrapport niet onder voor de voetbalpool.
Ik heb slechts eventjes aan dat wereldje geproefd, of liever gezegd: geroken. De scheikundeleraar liet nl. eens een flesje rondgaan waaraan we mochten ruiken. Verrassend! Het flesje bevatte een verbinding tussen een zuur en een alcohol, een zgn. ester, en rook sterk naar perendrups. Onvoorstelbaar, dat twee nagenoeg geurloze vloeistoffen dit lekker ruikende goedje konden maken. Ik snapte meteen hoe die zuurtjes aan hun smaak kwamen. Chemisch geknutsel, het leek wel toverij!

Heb ik er spijt van dat de ondermaatse resultaten bij het HBO me van het chemische pad hebben weggeleid? Toen wel, maar nu? Nu dank ik god op mijn blote knieën dat ik toen gestraald ben, anders had ik in een wereld meegedraaid waarvan ik vind dat die ethisch onaanvaardbare vormen heeft aangenomen. Door de jaren heen ben ik me gaan realiseren dat er meer onder de zon is dan technologie in de overtreffende trap.

Als je veertien bent en een bacteriële infectie oploopt waar je met een maand of vijf weer vanaf bent, dan sta je niet stil bij ziekte. Dat komt pas als je ouder wordt en  geconfronteerd wordt met steeds meer chronisch zieke mensen om je heen. Als je ziet dat de “hartverlamming” plaatsmaakt voor kanker. Als je beseft dat het accent verlegd wordt van erfelijke “suikerziekte” (diabetes type 1) naar “ouderdomsdiabetes” (type 2). Als er steeds meer mensen in je kring komen die bepaalde dingen niet kunnen eten omdat ze er allergisch voor zijn.
Slechts een tipje van de sluier, maar allemaal vallen ze onder de noemer “welvaartsziektes”.

En als je dan ook nog weet dat honderd jaar geleden de huisarts het belang van goede voeding onder de aandacht bracht bij huismoeders van grote gezinnen, maar dat daar tegenwoordig in de meeste gevallen aan voorbij wordt gegaan, dan ben ik geneigd om te denken dat het huidige voedingspatroon een niet onbelangrijk rol speelt in deze golf van welvaartsziektes.

Wat kunnen we zelf doen om zo gezond mogelijk in deze jungle te overleven? Begin heel simpel: Pak je voedingspatroon aan.
Nu zal je misschien zeggen, wat is er mis mee, het aanbod is groter dan ooit, alle gezonde dingen liggen maar voor het grijpen!
Maar is dat wel zo? Is het huidige aanbod in de winkels echt wel zo gezond?
Bijna alles wat er in een gemiddelde supermarkt te koop is is meer of minder bewerkt. Dat houdt o.a. in dat er een hoop chemische additieven aan zijn toegevoegd.
Maar ook bij de dagverse producten moet je alert zijn. Veel jaarrond verkrijgbare groenten zijn kasgroenten, en die bevatten minder essentiële voedingsstoffen dan die welke in hun eigen seizoen in de volle grond worden geteeld.
Heb je je ooit afgevraagd hoe het kan dat ons vlees zo goedkoop is? Daar zit een industrie achter die dieren gebruikt als manipuleerbare voorwerpen waarmee je kan rotzooien om heel snel zoveel mogelijk product eruit te halen. Een beetje mens kan dat niet anders dan verwerpelijk vinden.
En dan nog ons dagelijks brood, dat wordt van tarwe gemaakt. Echter, ons brood is tegenwoordig niet meer alleen meel, water, gist en een beetje zout. Het wordt verder volgestopt met allerlei middeltjes om het deeg beter te laten rijzen, en het brood zachter en langer houdbaar te laten zijn. Van de tarwe waar het van gemaakt wordt kan je zeggen dat het het meest  gebruikte en misbruikte basisgraan in onze voeding is. Eerst moet het supersnel groot groeien, en dan wordt het supersnel tot meel gemalen. Allebei deze snelle processen zorgen er voor dat een flink deel van de voedingswaarde verloren gaat.

Hoe moet je dan gezond gaan eten? Een eerste stap is je bewust te zijn van de bewerkingen die ons voedsel ondergaat voordat jij het in de winkel ziet liggen. Zodra je je bewust wordt wat voedsel is, hoort te zijn en wat het doet met je, krijg je inzicht in het proces en ben je op de goede weg.
Vraag aan de winkelier wat je eigenlijk koopt. Waarom komt een sperzieboon uit Egypte terwijl ie ook hier in ons eigen land groeit. Waarom is een bakje aardbeien van eigen bodem duurder dan de ananas uit een ver tropisch land. Weet je dat er water in kipfilet wordt gespoten om het gewicht te verhogen? En wat is er nog meer mis met de “gewone” kipfilet dat ie zo verschrikkelijk goedkoop wordt kan worden aangeboden.
Wordt kritisch en blijf kritisch. Jij bent als consument verantwoordelijk voor wat je eet, niet de groot-industrieel met euro-tekens in zijn ogen die het aanbiedt. Je gezondheid is je grootste goed, dat mag je niet verkwanselen. Dus nogmaals: Blijf kritisch!

Tineke, augustus 2013