Hunebedden en heide in Drente

Denk ik aan Drente, dan denk ik aan hunebedden. Heeft niets met eten te maken, maar geeft wel aan dat deze steek al sinds oude tijden bewoond wordt. En dat betekent dat dit deel van Nederland onze verre voorouders wat te bieden had.

Bij Drente denk ik ook aan paarse heidevelden en witwollige schaapskudden. Die heide is er echter niet altijd geweest; de prehistorische hunebedbouwers leefden in een Drente dat bedekt was met bossen en hoogveen. Door de manier van landbouw – akkerbouw op essen *) – zijn deze bossen en later ook het hoogveen verdwenen en de grond verschraalde. Op deze armere grond gedijde de heideplant goed, en dan met name de dopheide. Ook boekweit doet het goed op zulke gronden, boekweit stelt immers weinig eisen aan de bodemvruchtbaarheid. De grond moet wel goed en diep doorgewerkt worden wil dit gewas gedijen, en de Drentse boer nam noodgedwongen deze taak op zich.
Naarmate er meer boekweit werd verbouwd – na de uitbreiding met de teelt van veenboekweit – nam ook de bijenhouderij in omvang toe. Door de bijen met hun rol als bestuiver bleek de opbrengst van de boekweit belangrijk groter te zijn, en de honing- en wasoogst bloeide navenant. In het midden van de 19e eeuw hielden de 1500 toenmalige Drentse imkers ruim 30.000 wintervolken. Dit aantal werd ’s zomers uitgebreid door het vangen van afgevlogen zwermen. Ook brachten imkers van buiten Drente hun volken naar de bloeiende heidevelden en boekweitakkers voor de zo geliefde honing van deze drachtplanten.
Met de komst van het kunstmest werd het mogelijk het schrale Drentse land weer met bos te beplanten, hierdoor kwam er een eind aan de gloriedagen van de boekweitteelt en mede daardoor ook de imkerij.

Tegenwoordig spat Drente er niet echt uit op agrarisch gebied zoals met het graan in Groningen en de zuivel van Friesland.
Maar wat Drente wel heeft zijn een paar opmerkelijke trekjes qua eettradities.
Zo werd soep door de Drenten niet voor maar na de hoofdmaaltijd gegeten. En ondanks dat aardappels al in de 16e eeuw in de Lage landen werden aangeplant, duurde het nog meer dan drie eeuwen voordat ze als volksvoedsel bij de Drenten geaccepteerd waren, in eerste instantie als voeding voor de armen. Het voedsel voor boeren die zwaar werk moesten doen, als maaien en dorsen was pannenkoeken, waarbij voor iedere eter een ei door het beslag werd geroerd.
En bij deze opsomming moet natuurlijk ook aandacht worden geschonken aan stip: gesmolten vet. Dit kan half reuzel, half rundvet zijn, maar ook wel gesmolten boter. Bij stip-in-de-pan werd het schaaltje met gesmolten vet in de pan met aardappelen gezet; iedere eter doopte zijn aardappels in de stip. In de slachttijd werd er in plaats van aardappels bloedworst in de stip gedoopt en bij stip-in-het-gat werd er opgesteven boekweitpap in de stip gedoopt die dan bestond uit een mengsel van gesmolten spekvet met stroop.
Ook een aardige Drentse gewoonte is om niet slechts één koekje bij de koffie of thee te presenteren, maar voor iedere gast een aantal koekjes op een schoteltje te leggen. Kijk, zulke gastvrijheid, daar hou ik van.

*) essen zijn collectief bebouwde akkers, die buiten de eigenlijke woonbebouwing liggen. In Drente werden vanaf de 17e eeuw de essen met plaggen bemest, waardoor de grond waar deze plaggen vanaf werden gestoken (o.a. beekdalen ) verschraalden.

Bron: http://www.encyclopediedrenthe.nl  

De andere provincies: GroningenFrieslandFlevolandNoord-hollandZuid-hollandOverijsselGelderlandUtrechtZeelandNoord-brabantLimburg