Soezen

Soezen

Soezen stonden bij ons thuis steevast op het menu met verjaardagen. Voor mijn oma met diabetes 1 was een zoet gebakje uit den boze maar je deed haar een plezier met een droge soes. Zo had ze toch iets speciaals.

Soezen zijn eigenlijk de basis voor zoete gebakjes. Denk aan moorkoppen, eclairs, Bossche bollen, slagroomsoesjes. Wil je hartig? Dat kan ook. Kleine soesjes vul je met bv. tonijnsalade of een pittige ragout. Het is dus een veelzijdig toepasbaar baksel.

Zelf bakken is niet echt moeilijk. Maar – net zoals bij alles in de keuken – je moet er wel je aandacht aan geven. Een paar punten zijn:

  • Gebruik zelfrijzend bakmeel. Het kan kan ook met gewone bloem, maar dan is het toch iets moeilijker om ze goed uit te laten rijzen.
  • Het water met de boter moet eventjes, zeg zo’n halve minuut, flink doorkoken.
  • Als het meel erdoor is en goed opgenomen, dan is het zaak om de deegbal al roerend goed te laten garen.
  • De eieren moeten helemaal opgenomen worden. Zitten ze er allemaal door, dan het deeg nog een halve minuut goed blijven roeren.
  • De oven moet heet genoeg zijn om de soezen goed te laten rijzen. Als de temperatuur te laag is dan blijven het plompe hompjes deeg.
  • Oven niet openen als de soezen nog niet gerezen zijn, en ook daarna tijdens de baktijd liever niet openen.

Dan nu het basisrecept voor al die heerlijke gebakjes en hartige hapjes.

Voor ca. 15 middelgrote soezen heb je nodig:

150 cc (1.5 dl) water, plus een theelepel extra voor het verdampen
snufje zout
75 gram boter
90 gram zelfrijzend bakmeel
3 eieren

Verder heb je nodig:

een pan, een houten lepel, een zeef, een paar kommetjes, twee dessertlepels (of een slagroomspuit met breed spuitmondje), een velletje bakpapier

En zo maak je ze:

  1. Meet en weeg alle ingrediënten af. Zeef het bakmeel. Breek de eieren, het laatste ei in een apart kommetje. Roer het ei los. Leg een velletje bakpapier op de bakplaat. Verwarm de oven voor op 200-210 graden C.
  2. Doe het water met het snufje zout en de boter in de pan en verwarm het tot het kookt. Laat het ongeveer een halve minuut doorkoken.
  3. Voeg dan het gezeefde bakmeel in een keer toe aan het water-botermengsel toe. Roer het er meteen met de houten lepel door tot je een deeg hebt dat als een bal van de bodem loslaat. Laat het al roerend een halve minuut garen.
  4. Haal nu de pan van de warmtebron af. Wacht een halve minuut, en voeg dan de eerste twee eieren in twee gedeeltes toe. Roer het ei door het deeg tot het helemaal is opgenomen. Voeg dan het laatste ei er in twee of drie gedeeltes door. Roer iedere keer tot het helemaal is opgenomen. Blijf nog 30 tot 40 seconden roeren.
  5. Vul een kommetje met koud water. Doop de twee dessertlepels in het water en schep wat van het deeg op de bakplaat. Je moet balletjes van ongeveer de grootte van een pingpongbal maken. Vorm evt. met behulp van je (natte) handen tot ze mooi rond en glad zijn. (Voor kleine soesjes maak je balletjes zo groot als een knikker).
  6. Als alle deeg in balletjes op de plaat ligt schuif je die in de voorverwarmde oven. Bak ze ca. 15 – 18 minuten. De baktijd is afhankelijk van de grootte van de deegballetjes. Voor kleine soesjes hou je een iets kortere baktijd aan.
  7. Haal de gerezen en gebakken soezen uit de oven en laat ze afkoelen.
  8. Verwerk de soezen daarna verder naar keuze in zoet of hartig gebak.

Moeilijkheidsgraad: **
Prijsniveau: €

 

Dit recept zit in:

Type: basisrecept, gebak, klein gebak