Boerenkool

Boerenkool is een typische wintergroente. De kool was vroeger pas lekker als “de vorst erover geweest was”. Met andere woorden, er werd pas geoogst na de eerste nachtvorst. Tegenwoordig zijn er boerenkoolsoorten die absoluut niet tegen vorst kunnen, hoewel deze voornamelijk commercieel worden geteeld. In de particuliere moestuin kom je vaker de struikboerenkool tegen, deze koolsoorten worden groter en verdragen vorst. Een ideaal gewas dus voor de “slappe tijd”, wanneer er niet veel anders in je eigen moestuintje groeit, ook omdat de kool gedurende de winter op het land kan blijven staan.

Kon je de afgelopen jaren vrijwel alleen nog maar voorverpakte fijngesneden of -gehakte boerenkool kopen, tegenwoordig zie je toch ook weer winkels waarin de hele bladeren worden aangeboden. Een goede ontwikkeling want hoe minder snijvlakken aan de groente hoe minder vitaminen en mineralen er kunnen “weglekken” – dus in de groente behouden blijven.

Boerenkool is vanouds een stamppot-groente: samen met gekookte aardappelen en een lekkere rookworst een echte klassieker.
Maar ook in andere gerechten is boerenkool prima te verwerken, wat dacht je van een roerbakschotel, het mooie groen van het blad geeft zo’n schotel een frisse uitstraling.
En samen met fruit in een smoothie kan je de boerenkool ook rauw gebruiken.

Boerenkoolbladeren breek je van de steel af en wast ze dan in ruim water. Stroop dan het blad van de dikkere nerven af. Daarna kan je ze nog kleiner snijden, op de hand of in de foodprocessor.
Je kookt de kool in voldoende water in ca. 20 minuten gaar. Als je gaat roerbakken dan is 10 tot 15 minuten voldoende.

Verse rauwe boerenkool bevat per 100 gram:
vitamines: A 0,42 mg – B1 0,10 mg – B2 0,25 mg – B6 0,25 mg – B11 130 microgram – C 95 mg
mineralen: natrium 40 mg – kalium 500 mg – calcium 210 mg – fosfor 90 mg – ijzer 1.9 mg – magnesium 30 mg – koper 0,09 mg – zink 0.33 mg

Bron: Voedingswaardetabel